Gezondheid – Leek

Gezondheid

Gezondheid

De mond als spiegel van het lichaam

Met enige regelmaat hoor ik in mijn behandelkamer de opmerking “hoe kan dat nou, ik poets toch goed?” Maar wat is goed poetsen eigenlijk? En waarom zouden we goed moeten poetsen? Daarvoor moeten we kijken naar het gegeven dat bij de meeste van ons de algemene gezondheid op nummer één staat. Bij een goede algemene gezondheid hoort echter ook een goede mondgezondheid. Verbazingwekkend is het juist dán om te weten dat de meeste mensen niet vaker dan 1-2 keer per dag hun mond verzorgen, en deze verzorging bestaat dan vaak slechts uit een kortstondige ‘schrobbeurt’ van de tanden en kiezen met de tandenborstel en tandpasta. Vaak is zelfs het doel het verkrijgen van een ‘frisse adem’. Gelukkig staan middelen om tussen de gebitselementen te reinigen staan bij velen wel op het randje boven de wastafel, maar worden ze vooral gebruikt als er bijvoorbeeld een stukje vlees klem zit tussen de kiezen. Tegenwoordig wordt het echter steeds duidelijker dat het nastreven van een goede mondgezondheid, en daarvoor is meer nodig dan alleen snel even de tanden en kiezen poetsen, een duidelijke relatie vertoont met een goede algehele gezondheid. De mondholte kan zelfs worden gezien als de spiegel van het lichaam. De mens heeft in zijn leven met veel meer zaken dan mondhygiëne en voeding te maken die van invloed kunnen zijn op de mondgezondheid. Deze worden heel summier in dit artikel genoemd. U kunt zich waarschijnlijk voorstellen dat er  meerdere boeken geschreven zijn over dit onderwerp. In dit artikel kies ik ervoor een aantal zaken de revue te laten passeren om een indruk te geven hoe deze van  invloed of te wel samenhang zijn met het totale lichaam Die mondgezondheid staat wel degelijk in nauwe samenhang met het totale lichaam. De tandarts, mondhygiënist en preventieassistenten kunnen veel aflezen aan de toestand van iemand zijn gebit, tandvlees, tong en slijmvliezen. Om een zo goed mogelijke tandheelkundige zorg te verlenen is het daarom van groot belang dat de behandelend tandarts en zijn of haar ondersteunende medewerkers kennis hebben van de medische achtergrond van de patiënt die in de behandelstoel plaatsneemt.

Een groot aantal medicamenten, hiertoe behoren ook vele middeltjes uit de huisapotheek, kunnen bijvoorbeeld veranderingen in de mond te weeg brengen en daardoor de mondgezondheid beïnvloeden. Anderzijds kunnen onbegrepen mondklachten van de patiënt soms zijn terug te voeren op het gebruik van dergelijke medicijnen of kunnen de door de tandarts/medewerkers waargenomen veranderingen worden verklaard uit een eventueel onderliggend lijden van de patiënt in de behandelstoel. Sommige geneesmiddelen, o.a. bepaalde geneesmiddelen die worden gebruikt door epilepsie patiënten, patiënten met een hoge bloeddruk en patiënten die een orgaantransplantatie hebben ondergaan, kunnen bijvoorbeeld leiden tot een zwelling van het tandvlees. Als de mondhygiëne van deze patiënten niet goed is, kan de zwelling van het tandvlees de gebitselementen zelfs helemaal overwoekeren. Een veel vaker optredende bijwerking van het gebruik van geneesmiddelen is het ontstaan van monddroogheidsklachten. Van meer dan 500 algemeen toegepaste geneesmiddelen is bekend dat ze zijn geassocieerd met het ontstaan van dergelijke klachten. Tot deze middelen behoren o.a. de bloeddrukverlagende middelen, slaapmiddelen en middelen tegen stress, angsten en depressiviteit; dergelijke middelen worden door velen gebruikt. Deze monddroogheidsklachten zijn niet alleen uiterst onprettig voor de patiënt, ze kunnen ook leiden tot een zeer snelle aantasting van uw tanden en kiezen: bij een matige mondverzorging vallen de gaten als het ware in de kiezen. Het is dus goed dat de tandarts/medewerker exact weet welke medicijnen iemand gebruikt om daar adequaat, d.w.z. voordat de problemen zijn ontstaan of moeilijk tot niet zijn te verhelpen, op in te spelen.

Een ander voorbeeld van een bekende gezondheidsfactor die de mondgezondheid kan beïnvloeden is suikerziekte (diabetes mellitus). Bij diabetici zien we vaak een voedingspatroon met meer dan zeven voedingsmomenten per dag. Het veelvuldig moeten eten kan gemakkelijk leiden tot een extra belasting voor de tanden en kiezen. Vaker eten betekent immers dat de gebitselementen vaker per dag worden blootgesteld aan zuren uit de voeding en zuren die worden geproduceerd door de bacteriën die zich in de tandplaque (het kleverige witte laagje op de tanden en kiezen dat u altijd probeert te verwijderen bij het poetsen) bevinden. Is de diabetes niet goed ingesteld of ontregeld dan komen daar nog tal van extra problemen bij. Hierbij moeten worden gedacht een verhoogd risico op het optreden van ontstekingen in de mondholte en monddroogheidsklachten. Het nastreven en een goede mondhygiëne is voor diabetici derhalve essentieel. Ook is het praktisch beter om deze patiënten op een dusdanig moment in te plannen voor een tandheelkundig bezoek zodat dit bezoek zo min mogelijk interfereert met het dieetritme.

Aantasting van gebitselementen wordt ook veelvuldig gezien bij patiënten met maagklachten die oprispingen van voedsel vermengd met maagzuur in de mond krijgen; dergelijke patiënten hebben vaak glazuuraantastingen aan de achterkant van hun voortanden. Soortgelijke aantasting van het glazuur worden ook gezien bij anorexiapatiënten die bewust hun voedsel uitbraken. Maagpatiënten leggen we daarom tijdens behandeling nooit helemaal plat in de stoel, maar juist iets hoger met hun bovenlichaam dan hun benen, zodat we een oprisping niet in de hand werken. Daarnaast geven we maag- en anorexiapatiënten adviezen hoe zij de aantasting van hun gebitselementen tot een minimum kunnen beperken.

Ook kunnen geneesmiddelen het uitvoeren van een tandheelkundige behandeling in de weg staan. Hierbij moet vooral worden gedacht aan geneesmiddelen die inwerking op de bloedstolling hebben. Kleine ingrepen kunnen gewoonlijk worden verricht zonder de medicatie te stoppen of aan te passen. Indien de ingreep groter is, vooral als meer bloedverlies wordt verwacht, is  overleg met de arts die de medicatie voorschrijft noodzakelijk. Zo mogelijk wordt de medicatie dan tijdelijk gestaakt of wordt de medicatie tijdelijk verandert in een vorm die een chirurgische ingreep beter toelaat.

Zo zijn er nog veel voorbeelden te geven van medicijnen of aandoeningen die van invloed zijn op de mondgezondheid of waar de tandarts rekening mee moet houden als hij of zij iemand wil behandelen. Het omgekeerde geldt echter ook. De mondholte kan ook als detector van (on)bekende aandoeningen van het lichaam fungeren. Men kan zelfs stellen dat de mondholte een signalerende functie van het lichaam heeft. Als men in de tandheelkundige praktijk, na afname van de medische vragenlijst, een jaarlijkse mondcontrole doen, is de tandarts/medewerker ook alert op dít fenomeen. Bij de mondcontrole wordt dus niet alleen naar eventuele gaatjes, ontstekingen van het tandvlees of bijvoorbeeld zweertjes die verdacht zijn voor een tumor in de mondholte gekeken. Een mondklacht van een patiënt, een zwelling of verkleuring van het slijmvlies, een tandvleesontsteking of een zweertje kunnen allen ook een uiting zijn een onderliggend probleem in het lichaam, die de eerste uiting in de mond heeft. Een bekend voorbeeld is de combinatie van een droge mond, droge ogen en algehele vermoeidheid die kunnen duiden op het syndroom van Sjögren, een aandoening waarbij lichaamseigen weefsel worden aangetast, i.h.b. de traan- en speekselklieren. Andere voorbeelden zijn huidaandoeningen die hun eerste uiting in de mond kunnen hebben (o.a. lichen planus, pemfigus vulgaris, pemphigoid), leukemie, acromegalie, de ziekte van Crohn, het syndroom van Behçet en metastasen van tumoren elders in het lichaam (o.a. borstkanker kan uitzaaien naar het kaakbot).   Een tandheelkundig behandelaar is dan meestal de eerste die dit aantreft in de mondholte; lang niet altijd heeft de betreffende patiënt er klachten van. De directe samenwerking tussen de tandarts en de huisarts en/of kaakchirurg komt op zo’n moment om de hoek kijken.

Om de mondgezondheid van u op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen zijn tegenwoordig  preventieassistenten werkzaam binnen de tandheelkunde om de patiënt erop te attenderen dat hun mondgezondheid voor een groot deel staat of valt met het op een adequate wijze verzorgen van hun gebit. Deze hiertoe specifiek opgeleide en gediplomeerde tandartsassistenten verrichten de onderhoudsbehandelingen van de mondholte, zoals het  reinigen en polijsten van uw tanden en kiezen en instrueren zo nodig tevens de techniek hoe uw gebitselementen en tong zo goed mogelijk te reinigen. Tevens nemen zij een voedingsanamnese af, zodat zij gericht kunnen bijsturen op dit vlak wanneer de gebitssituatie deze zorgbehoefte toont. Hun betrokkenheid en deskundigheid,  in nauwe samenwerking met uw eigen inzet, biedt weerstand tegen de twee grootste gevaren voor de gebitselementen, namelijk tandcariës (gaatjes) en tanderosie (het oplossen van het tandglazuur). Het risico van tanderosie wil ik hierbij nog specifiek een keer noemen.  Helaas zie ik bij jeugdigen veel tanderosie, ook zelfs tegelijkertijd met tandcariës, door het overmatig gebruik van zure dranken. Zure dranken, zoals bepaalde frisdranken, vruchtensappen en de door de jeugd graag genuttigde breezers, hebben een lage zuurgraad (pH). Bij een lage pH gaat het glazuur van tandweefsel in oplossing en ontstaat er erosie. Dit is een irreversibel proces, tandweefsel dat eenmaal is verdwenen groeit niet meer aan. Tanderosie treedt niet alleen op als veel van deze dranken worden genuttigd, maar vooral ook als men dergelijke drankjes lang in de mond houdt. Het naar binnen ‘klokken’ van een glasfrisdrank, sap of breezer leidt tot veel minder schade dan telkens een slokje nemen en dit slokje ook nog even in de mond te houden. Dergelijk glazuurverlies geeft ondermeer klachten van gevoelige tanden en een afgesleten aanblik (esthetisch).

Samenvattend, wat mij elke dag telkens weer zó intrigeert is het feit dat de mond een onderdeel uitmaakt van het lichaam. De mond is als het ware een spiegel van het lichaam.  Het is daarom zó belangrijk om de achtergrond van de mens in de stoel te kennen om dé optimale tandheelkundige zorg te kunnen bieden. Deze totale overdracht van gezondheidsinformatie is van onschatbare waarde voor de patiënt en de tandarts/medewerker. Dit is tenslotte ‘het duo’ dat gezamenlijk kan streven naar een goede mondgezondheid. Gelukkig komt deze holistische tandheelkundige benadering tegenwoordig in veel tandheelkundige praktijken tot uiting. om uw mondgezondheid op een zo hoog mogelijk peil te brengen. Ook uw algehele gezondheid zal hierbij gebaat zijn.

Dentolive Astrid Stijger